M O N I T O R I N G

De voorgeschiedenis en de omstandigheden bepalen welke bloed- en urineonderzoeken nodig zijn. De titerbepaling is essentieel voor het stellen van de diagnose en de hoogte van de titer geeft vaak wel een indicatie voor de ernst van de ziekte, maar bepaalt op zichzelf niet of een hond moet worden behandeld voor leishmania.
Ook geeft de titer op zichzelf niet aan of een behandeling succesvol is geweest. Na de behandeling van actieve leishmania hoort de titer wel te zakken, maar meestal gebeurt dit heel langzaam. Als de titer na behandeling nog niet voldoende is gezakt, terwijl de overige bloedwaarden wel stabiel zijn, dan is er een groter risico op het terugkomen van de klachten (terugval) wanneer wordt gestopt met allopurinol.
De meeste honden blijven levenslang een positieve titer houden. Bij andere honden zakt de titer slechts langzaam in de loop van jaren naar borderline of negatief. Er kan altijd een lichte verandering in de titerwaarde optreden, zonder dat er sprake van is dat de leishmania actief wordt. Een drievoudige stijging van de titer kan een vroeg teken zijn dat de leishmania weer actief wordt. 
Bij de monitoring tijdens of na actieve leishmania speelt de titerwaarde dus maar een kleine rol en is vooral het standaardpakket onderzoeken van belang.

Standaardpakket onderzoeken

  • hematologie
  • biochemisch bloedonderzoek inclusief SDMA
  • CRP
  • eiwitelektroforese (eiwitspectrum)
  • UPC (alleen nodig indien deze eerder bij diagnose of monitoring afwijkend was)

Ga naar uitleg onderzoeken.

TIP Laat onderzoeken altijd bij hetzelfde laboratorium uitvoeren en ook altijd dezelfde set onderzoeken. Dit zorgt ervoor dat de uitslagen steeds dezelfde referentiewaarden hebben, waardoor de ontwikkeling goed te volgen is.

TIP Zet alle uitslagen inclusief de referentiewaarden in een spreadsheet, dat geeft een goed en snel overzicht van de ontwikkeling in de loop der tijd. Vermeld ook wanneer welke medicatie is gegeven (startdatum + einddatum).